De
zeepier of ook wel leegloper genoemd.
Deze wormsoort is vooral bekend bij zeevissers, het
is een veel
gebruikt aas voor het vangen van platvis en rondvis. Dit dier
is een
zogenaamde zandeter: het filtert de eetbare bestanddelen uit
het zand.
De zeepier is de belangrijk in de voedselkringloop op de
wadden.
Deze zeepieren kunnen tot 8 jaar oud worden.
Een jonge zeepier: Duidelijk is het dunne
staartstuk tezien .
Wanneer een zeepier op het droge is plakken de kieuwen tegen
het lijf aan.
Pieren steken: Zeepieren worden als levend aas
gebuikt voor het vangen van vissen.
Zeepieren worden met een plattand vork uitgestoken, in een
lange gleuf.
De beste tijd voor pierensteken: wanneer de zee zich
net heeft teruggetrokken zitten de wormen het hoogst in hun
holen.
bij slechte weer (lage luchtdruk) zijn de wormen het dichtste
aan het oppervlakte
en bij vriekou zitten de wormen diep onder de grond.
Vandaar dat er bij vriezend weer slecht aan zeepieren is te
komen.
Waar kan je zeepieren spitten: In het gebied tussen
de eb en de vloedlijn bevinden zich de zeepieren .
De zwarte zeepier bevindt zich verder van de kust af. In de
waddenzee is geen vergunning nodig voor het pierensteken , maar
in de Oosterschelde wel.
Jaarlijks worden 1500 vergunningen afgegeven bij de Federatie
ZuidWest Nederland.
Een beroeps spitter kan per dag 6 kg of te wel 1000 pieren per
dag steken
De uitwerpselen van een zeepier bestaan voornamelijk uit
zand.
De zeepier op het strand: De zeepier komt
in grote getale onder het strandoppervlakte en op het wad
voor.
Het beestje leeft in diepe gangen onder het oppervlakte. En dat
moet ook wel: elk ander dier is vijand:
vogels , krabben en vissen en zagers.
De zeepier leeft van algen, afval en kleine wormpjes wat het
tegenkomt.
Het hol van de zeepier bevindt zich op 40 cm onder
het zand,
in een zuurstofarme omgeving. Hier verzameld de zeepier zijn
voedsel.
De bovengrondse uitwerpselen zijn makkelijk te herkennen.
Aangepast aan weinig zuurstof:
Zeepieren leven ongeveer ongeveer 30 cm onder de grond, daar is
geen zuurstof en de grond is zwart-gekleurd door
zwavelbacterien.
Door hun graafwerk maakt de zeepier een verbinding met het
zeewater, waardoor zuurstofrijk water het hol
binnenstroomt.
Doordat de zeepier zijn lijf kan in en uit trekken , kan hij
zuurstofrijk zeewater door zijn hol stromen.
Externe kieuwen helpen zuurstof te verzamelen.
De meeste zuurstof wordt niet door de worm verbruikt maar door
de bacterien in zijn darm.
De worm kan ook zonder zuurstof:
Wanneer de gangen instorten , zoals bij opkomend tij, dan kan
de zeepier ook zonder zuurstof,
en herstelt dan door graafwerk de verbinding met de zee.
Een zeepier aan de haak slaan: Door middel van de aasnaald ook
wel pierennaald genoemd , wordt de zeepier op de haak
geschoven . Zou je de haak er zo in prikken dan weet je gelijk
waar de naam leegloper vandaan komt , ze lopen dan
leeg.
Bron:Waterwereld.
|