Header Graphic

 

Welkom op  www.zeevissies.nl

 

 
Zandsuppleties 

Voor het dynamisch handhaven van de kustlijn maakt men vooral gebruik van zandsuppleties. Gesuppleerd zand dient als een "slijtlaag" op het strand of op de onderwateroever, waaraan zee en wind kunnen knabbelen. Het zand voor suppleties komt van de bodem van de Noordzee (zeewaarts van de 20 meter dieptelijn) en uit de vaargeulen (IJgeul en Euromaasgeul).
Van 1991 tot en met 2003 is in totaal 103 miljoen m³ gesuppleerd. Om goedkoper en meer met de natuur mee te werken wordt de laatste jaren zo veel mogelijk onder water gesuppleerd (Figuur 1). De ervaring met tien jaar "dynamisch handhaven" leert dat de kustachteruitgang in grote lijnen onder controle is.



Figuur 1.  Jaarlijkse suppletie hoeveelheden en jaarlijkse % raaien waarin
                  de Basiskustlijn is overschreden. Ondanks suppleties in de ondiepe zone blijkt het kustsysteem als geheel op jaarbasis nog ongeveer 6 miljoen m3 zand te verliezen. Een veilige en veerkrachtige kust vereist dat over langere tijd- en grotere ruimteschaal de totale zandvoorraad op peil blijft. Daarom is in 2001 begonnen met het compenseren van de verliezen op dieper water door uitbreiding van de onderwatersuppleties. In Figuur 1 is dan ook te zien, dat het suppletievolume is toegenomen van ca. 7 miljoen m3 in 2000 naar ca.12 miljoen m3 in 2001. Meer informatie over zandsuppleties is te lezen in de brochure
Zeker Zand (pdf, 488 Kb), of lees verder de informatie over Planning van suppletiewerken en Evaluatie van zandsuppleties. Planning van de suppletiewerken. Op grond van de jaarlijkse toetsing van de kustlijn aan de basiskustlijn (in het Kustlijnkaartenboek) en de geconstateerde trend in de kustontwikkeling stelt Rijkswaterstaat een indicatief meerjarenschema voor kustsuppleties op. Dit wordt besproken in de Provinciale Overlegorganen voor de Kust (de zogenaamde POK's). De POK's adviseren de minister, die vervolgens het schema van suppletiewerken voor het daarop volgende jaar vaststelt. Daarna worden de werken uitbesteed aan de uitvoerende baggermaatschappijen.
In 2003 vormde nieuw inzicht in de golfbelasting van de Nederlandse kust  aanleiding om in het schema ander prioriteiten aan te brengen. Dit betekent dat in 2003 en 2004 weer relatief veel op het strand wordt gesuppleerd.

Meer informatie op de site van het kustzonebeleid  Het suppletieschema voor 2004 ziet er als volgt uit.

 

 

Deelgebied  

Kustvak  

Locatie  

Begin  

Einde  

Hoeveelheid  

Type  

   

   

   

(km)  

(km)  

(*1000 m3)  

   

Friese Waddeneilanden (Noord-Nederland)  

Ameland  

west  

1  

4  

500  

Strand  

Noord-Holland  

Texel  

Eiereland  

25  

29  

2.400  

Onderwater  

   

Noord-Holland  

Egmond aan Zee  

35  

40  

1.500  

Onderwater  

   

   

Zandvoort-Bloemendaal  

62  

68  

2.500  

Onderwater  

Zuid-Holland  

Delfland  

Hoek van Holland  

117  

118

200  

Strand  

 

 Goeree

 Flaauwe Werk (oost)

10.25  

11.50  

400  

Strand  

Zeeland  

Noord-Beveland  

Noord-Beveland  

2  

4  

470  

Strand  

   

Walcheren  

noord-west kust  

6  

18  

1.000  

Strand  

   

Totaal  

   

   

   

8.970  

   

   

   

   

   

   

6.400  

Onderwater  

   

   

   

   

   

2.570  

Strand  

Aanvullende suppleties in verband met veiligheid.  
Deelgebied  

Kustvak  

Locatie  

Begin  

Einde  

Hoeveelheid  

Type  

   

   

   

(km)  

(km)  

(*1000 m3)  

   

Noord-Holland   Noord-Holland   Callantsoog   11.1   13.74   225   Strand  
    Petten   19.83   20.58   115   Strand  
      Camperduin   25.65   26.41   190   Strand  
Zuid-Holland   Delfland     Scheveningen   100.25   100.75   200   Strand  
      Ter Heijde   107.73   113.00   1.000   Strand  
    Goeree    Flaauwe Werk (west)   11.50   13.00   450   Strand  
Zeeland   Walcheren   Westkappelse Zeedijk   17.95   18.14   50   Strand  
    Walcheren   Zwanenburg   33.60   33.60   50   Strand  
     Totaal               2.280    
Evaluatie van zandsuppleties.In Nederland bestaat al 25 jaar ervaring met het toepassen van zandsuppleties als manier om stranden en duinen te herstellen. Deze ervaring is de afgelopen 10 jaar toegenomen. Sinds 1990 vormen zandsuppleties immers het belangrijkste middel voor het uitvoeren van het beleid "dynamisch handhaven".

Het rapport Water en zand in balans evalueert vanuit een morfologische invalshoek de uitvoering van het kustbeleid. Kustachteruitgang kan met zandsuppleties worden gestopt. De veiligheid tegen overstroming van het polderland en van objecten in de duinen neemt niet meer af. Er gaat geen duinareaal meer verloren en de recreatiestranden worden groter.

Bron: RIKZ onderdeel van de Rijkswaterstaat
Nieuwsbericht
10-07-2007
 
 
Zandsuppleties Den Helder, Julianadorp en Texel  
 

Haarlem - Rijkswaterstaat start in de tweede week van juli 2007 met de eerste van drie zandsuppleties voor en op de Noord-Hollandse kust. Het betreft een vooroeversuppletie voor de kust van Texel. Vervolgens start in week 29 een vooroeversuppletie voor de kust van Den Helder en Julianadorp. Onderdeel van deze suppletie is een proef om met zand de onderwateroever voor de Helderse Zeewering te beschermen. Als derde staat in september een strandsuppletie gepland op de kust van Den Helder en Julianadorp. Rijkswaterstaat houdt met deze suppleties de kustlijn op peil, zodat Nederland niet kleiner wordt en de kust tegelijkertijd mee groeit met de stijging van de zeespiegel. Informatieborden langs de kust geven het publiek een beeld van de suppleties.

Proef.
Onderdeel van de suppletie voor de kust van Den Helder en Julianadorp is een proef om de onderwateroever voor de Helderse Zeewering met zand te beschermen. In overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier brengt Rijkswaterstaat bijna twee miljoen m3 zand aan in de diepe geul het Breewijd, waardoor erosie van de geulwand wordt tegengegaan en de oever niet kan inzakken. Deze proef sluit aan bij de denkwijze de kust te beschermen met zand in plaats van harde constructies. In het verleden werd het talud onder water beschermd met matten en stortsteen. Rijkswaterstaat monitort gedurende drie jaar de veranderingen van de bodem. Na drie jaar wordt het resultaat van de proef bepaald.

Uitvoering suppleties.
De uitvoering van de suppleties is als volgt: op de zuidwest kust van Texel tussen strandpaal 9 en 14 suppleert Rijkswaterstaat twee miljoen m3 zand. Voor de kust van Den Helder en Julianadorp brengt Rijkswaterstaat vijf miljoen m3 zand aan tussen de strandpalen 0 en 7. Uiterlijk half december 2007 zijn beide vooroeversuppleties gereed. De strandsuppletie bij Den Helder en Julianadorp vindt plaats tussen de strandpalen 1,5 en 5,88. In een periode van tien weken stort Rijkswaterstaat hier ruim een miljoen m3 zand op de kust.

Waar het kan onder water, waar het moet op het strand, is bepalend bij de keuze voor een vooroever- of strandsuppletie. Bij een vooroeversuppletie brengt een sleephopperzuiger een zandbank aan onder water. De zandbank breekt de golven en door de stroming beweegt het zand langzaam naar de kust. Vooroeversuppleties hebben gedurende een langere tijd een positief effect op de kust en zijn goedkoper dan een strandsuppleties. Strandsuppleties hebben als voordeel dat ze direct effect hebben. Zodra zand op het strand is gestort, is het strand hoger en breder. Bij een strandsuppletie pompt een sleephopperzuiger het zand naar het strand via een op de zeebodem en het strand neergelegde zinkerleiding. Waarna het zand over het strand wordt verdeeld door bulldozers. Hierbij is een deel van het strand afgesloten voor het publiek vanwege drijfzand.

Informatie over zandsuppletie op
rijkswaterstaat.nl/kustlijnzorg  



Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
 

Real Time Web Analytics

Free counter and web stats


logozw

Zoeken op Google !

Aangepast zoeken

logozw