Wijting (Merlangius merlangus)
Taxonomische
indeling
Rijk:Animalia
(Dieren)
Stam:Chordata
(Chordadieren)
Klasse:Actinopterygii
(Straalvinnigen)
Orde:Gadiformes
(Schelvisachtigen)
Familie:Gadidae
(Schelvissen)
Geslacht:Merlangius
Helaas erg mager, slechts 0,5% vet;
eiwit 17%
leuk om te weten: de wijting wordt ook
wel molenaar of mooie meid genoemd.
De wijting is een straalvinnige vis
uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtige
(Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de
Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
De wijting wordt veel gebruikt voor
lekkerbekjes en tegenwoordig ook voor kibbeling. Werd vroeger
voor de kat gekocht , nu veel geconsumeerd. De wijting is een
vis waar veel zeevissers een beetje op neerkijken. Aan de ene
kant is de wijting een prima sportvis, mits met het juiste
materiaal wordt gevist. Aan de andere kant is deze vis zeer
goed eetbaar.
Wie het fileren een klein beetje in
zijn vingers heeft, weet dat een stukje gebakken wijtingfilet
zeer goed smaakt. In de laatste weken van oktober maken de
kantvissers al redelijke goede kans wijting te vangen. Maar in
november begint het wijtingseizoen pas echt. Wanneer je goed en
vooral ver kunt werpen maak je overdag ook wel een kans een
paar wijtingen te pakken. Maar de beste kans om wijting te
vangen, heb je toch na het invallen van de
duisternis.
De wijting komt dan namelijk , net als
de kabeljauw , veel dichter bij de kant. De wijting is een in
koud water levende vissoort, met een voorkeur voor kustwateren
meteen zand- of kleibodem. Tijdens de trek legt hij geen grote
afstanden af. Een wijting wordt niet echt groot en een lichte
hengel voldoet dan prima.
Anatomie:
Deze kan je herkennen aan de drie
rugvinnen, de twee aaneen gegroeide aarsvinnen en de vrijwel
recht afgesneden staartvin. De kindraad is kort en ontbreekt
bij de volwassen vissen helemaal. De rug van de wijting is
groenblauw, de zijden zijn geelgroen, de buik is roomwit en
vertoont bij de levende vissen een zilveren schittering. Aan de
basis van de borstvin zit een zwarte vlek. Voor de kust van
IJsland groeit de wijting het snelst en in de Zwarte Zee worden
de kleinste exemplaren aangetroffen.
Langs de Nederlands kust is de wijting
zeer algemeen.
De wijting kan maximaal 70 cm lang en
3.110 gram zwaar worden.
De hoogst geregistreerde leeftijd 20
jaar. Van de zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een
normale vorm, van bovenaf gezien is de vorm het beste te
typeren als cirkelvormig. De kop is min of meer recht. De ogen
zijn normaal van vorm en zijn symmetrisch. De vis heeft één
zijlijn, drie dorsale vinnen en twee anale vinnen. Er zijn geen
dorsale stekels. Wel zijn er 30 tot 40 dorsale stralen en 30
tot 35 anale stralen.
Leefwijze:
De wijting is een zoutwatervis die
voorkomt in een gematigd klimaat. De soort is voornamelijk te
vinden in zeeën, zacht stromend water en rotsachtige
wateren.
De diepte waarop de soort voorkomt is
10 tot 200 m onder het wateroppervlak. Het dieet van de vis
bestaat hoofdzakelijk uit dierlijk voedsel, waarmee het zich
voedt door te jagen op macrofauna (het is een
roofvis).
Karakteristieken:
Van alle rondvissoorten in de Noordzee
en het Engelse Kanaal komt wijting het meest verspreid voor.
Wijting kan maximaal tien jaar oud worden. Op achtjarige
leeftijd kan ie al de maximale lengte van 50 cm bereiken. De
wijting eet garnaalachtige en kleine visjes. De wijting is een
zeer vruchtbare vis. Een vrouwtje van 30 cm lang en ongeveer
230 gram zwaar kan liefst 400.000 eitjes produceren, dat zijn
grofweg 1700 eitjes per gram lichaamsgewicht.
Zodra het vrouwtje haar kuit schiet,
is het mannetje in de nabijheid om zijn hom te lozen en op die
manier de eitjes te bevruchten. Dat bevruchten luistert heel
nauw en vindt buiten het lichaam plaats. De bevruchte eitjes
zweven als individuen door het water. Het eistadium duurt
enkele dagen. Hoe lang precies dat hangt vooral van de
temperatuur af.
Bij een lage temperatuur ontwikkelt
het eitje zich langzaam. Bij een hoge temperatuur ontwikkelt
het eitje zich sneller, maar sterven er ook veel eieren. Na het
eistadium breekt het larvestadium aan. De larven zijn ongeveer
2,4 millimeter groot en eten plankton (copepoden). Ze zweven
nog steeds door het water en laten zich door de stroom
meevoeren. Op tweejarige leeftijd is wijting geslachtsrijp,
alhoewel sommige exemplaren ook al op éénjarige leeftijd
deelnemen aan het paaiproces.
De paaiperiode loopt van januari tot
juni. De meeste wijting paait echter van maart tot en met mei.
De Centrale Noordzee en het gebied ten noorden van de
Doggersbank zijn de belangrijkste paaigebieden.
Bedreiging:
Het wijtingbestand wordt in eerste
instantie bedreigd door de bijvangsten van tienduizenden jonge
onvolgroeide wijtinkjes in de industrievisserij en de enorme
hoeveelheden discards (vangst die weer teruggegooid wordt in
zee) van ondermaatse wijting in de consumptievisserij
(rondvisvisserij en in mindere mate
boomkorvisserij).
Evenals bij de kabeljauw zijn veel
vissers van mening dat klimatologische veranderingen ten
grondslag liggen aan de slinkende omvang van het
wijtingbestand.
Onderlijn:
De beste onderlijn voor wijting, is
die met rode bezemdraad afhouders. Afhouders van zo'n 20
centimeter is prima. De haakjes moeten ook niet te groot
zijn.
Nummer 1/0 is een goede maat. Bij het
gulvissen wordt als bijvangst vaak wijting gevangen. Dit
gebeurt dan soms aan onvoorstelbaar grote haken. Toch geven
kleinere haken veel minder missers. Met deze missers moet je
trouwens toch wel rekening houden.
Soms krijg je de ene aanbeet na de
andere. Bij het binnendraaien blijkt dan dat het steeds loos
alarm was. Niet te vlug opgeven in zulke gevallen. Probeer
eerst de techniek eens te veranderen.
Monteer dan eerst eens een andere
haakmaat. Vaak zijn de haken dan namelijk toch iets te groot.
Als dit niet helpt, probeer het dan eens met een dwarrellijn in
plaats van afhouders met korte haaklijntjes.
Een wapper of jojo lijn werkt ook wel
, neem dan rode haaklijntjes van een cm of 30 / 50. Probeer ook
eens wat fluor kralen op je aaslijnen. Je zal zien dat je de
vis dan nog meer activeert!
Wijtingen hebben scherpe tandjes die
de lijn gauw kunnen beschadigen. Controleer dit dus regelmatig.
Ook wil een zeer kleine wijting de lijn soms doen kinken. Dit
komt doordat hij dan door het binnendraaien om zijn eigen as is
gaan draaien. Dit gebeurt ook vaak bij andere kleine vissen
zoals steenbolken.
Controleer dus na elke vangst de
haaklijn en vervang deze tijdig. Een onderlijn met rollood dat
over de bodem rolt, vangt minder dan een onderlijn die door
middel van een ankerlood op zijn plaats blijft. Zelfs als het
amper stroomt, is het verstandig om met ankerlood te
vissen.
Vissend vanaf havenhoofden en pieren
maak je de beste vangkansen op het moment dat het water in
beweging is. Het maakt hier in de regel dan ook niet zoveel uit
of je voor hoog of laag water kiest. Het mooiste is natuurlijk
dat je lage water later in de avond valt. Je kunt dan lekker
lang doorvissen.
Vis altijd achter het afgaande water
aan totdat je de kop van een strekdam hebt bereikt. Werp hier
altijd enigszins tegen de stroom in. Je onderlijn wordt
hierdoor als het ware in een bocht tegen de grond gedrukt
waardoor je je vangkansen soms vergroot.
Hoewel de zeepier een goede tweede is,
is voor de wijting de zager favoriet. Tijdens het gul-vissen
worden vaak flinke aantallen wijtingen gevangen aan met vijf of
zes zeepieren beaasde gulhaken. Dit, tot grote ergernis van de
gulvisser die zijn aasvoorraad snel ziet slinken. Maar wanneer
je speciaal op wijting vist, heeft de zager toch de voorkeur.
Wat ook goed werkt, is een stukje makreel of
wijting.
Op momenten dat de wijting het niet
goed doet, kan dit wel eens de redding van de visdag (-nacht)
betekenen.Wijting leeft in scholen die al foeragerend
rondzwemmen. Het gebeurt wel eens dat er zich tijdens het
gulvissen een korte periode voordoet dat de gul, door het grote
aantal wijtingen, geen kans maakt het aas te
grijpen.
Door het vissen met een stukje wijting
of makreel kan de voorraad zeepieren of zagers dan een beetje
gespaard worden. De wijtingen die we vangen zullen niet groot
zijn. Eentje van tegen de 40 centimeter is al een hele beste.
Wijtingen zijn wel erg felle vechters. Alleen de aanbeet doet
soms al een vis van een paar kilo verwachten.
Wanneer je een wat groter exemplaar
aan de haak hebt, kun je toch wel enige tegenstand verwachten.
Een lichte strandhengel maakt het vissen op wijting veel
leuker.
Verspreiding:
|