Tip
4
Verder leren
gooien vanaf het strand?
Gevonden op Hengelsportzaak De Egmonden.
Wie met succes vanaf het strand wil vissen moet beseffen
dat goed materiaal een vereiste is om een verre worp, d.w.z.
worp royaal over de 100 meter, te kunnen maken. Zonder goed
materiaal is dat haast onmogelijk. Dat komt omdat voor een
verre worp de kracht die de visser in zijn lijf heeft niet van
doorslaggevende betekenis is. Op het strand zijn kleine tengere
mannen te zien die onwaarschijnlijk ver kunnen gooien en grote,
breedgeschouderde spierbonken die niet verder gooien dan
hooguit 80 meter.
Van doorslaggevende betekenis zijn twee zaken:
- het materiaal, vooral de hengel
- de techniek van het werpen
De hengel:
De hengel is slechts één van de bepalende factoren. De hengel
moet het lood kunnen ‘katapulteren’. Iemand die ver kan werpen,
voelt in zijn handen dat de hengel het werk doet, c.q. de
meeste kracht levert.
Die kracht moet door de visser aan de hengel worden
gegeven, de hengel moet als het ware worden ‘geladen’. Uit zich
zelf doet die hengel niks. Wie die hengel goed kan laden,
m.a.w. wie technisch goed werpt, gooit ver. Wie dat niet kan,
haalt geen afstanden van betekenis. Ook niet met een goede
hengel. Op het strand zijn mensen te zien met een barrel van
een hengel, die redelijk ver gooien. Er zijn mensen te zien met
prachtig materiaal die er niks van bakken. Dat ligt aan hun
techniek. Daaruit mag worden afgeleid. Dat een goede hengel
belangrijk is, maar dat de techniek van het werpen belangrijker
is voor het halen van afstanden dan de kwaliteit van de
hengel.
Natuurlijk is het zo, dat niet onder alle omstandigheden
op grote afstand moet worden gevist. Soms is het zo, dat de
zeebaars of de bot massaal vlak achter de branding te vangen
valt. Maar dat is niet altijd zo. Het is noodzakelijk dat een
strandvisser zelf kan bepalen of hij dichtbij of op afstand wil
vissen. Dat is afhankelijk van de omstandigheden: waar ligt de
derde bank, waar ligt het diepere gat, waar ligt de mui of waar
loopt de stroom? Dat zijn voor de vangst bepalende factoren.
Het is prettig als een strandvisser zelf kan bepalen waar hij
wil gaan vissen, zijn aas wil aanbieden. Niet zelden is op het
strand afstand van doorslaggevende betekenis voor het hebben
van succes.
Materiaal:
Het spreekt vanzelf dat wie met een stugge 0.40 nylon lijn vist
per definitie niet ver kan gooien. Wie zij molen niet vol heeft
opgespoeld kan het ook vergeten. Wie denkt dat je met een
loodje van 200 gram altijd verder gooit dan met een loodje van
150 gram heeft het mis. Kies een zo dun mogelijke, soepele lijn
met een goede voorslag, zorg dat de molen goed gevuld is en
kies een loodgewicht dat past bij de hengel en dat je kunt
hanteren. Dat moet je gewoon zelf voelen: het ligt goed in
de hand, voelt het te zwaar, voelt het te licht? Dat ligt voor
iedereen verschillend. Een kwestie van ervaring. Gooit een
loodje van 175 gram aan een hengel van 4,50 meter prettig?
Prima. Maar aan een hengel van 5 meter zou zomaar een loodje
van 150 gram of minder voor jou beter kunnen zijn. Een kwestie
van uitproberen.
De techniek:
Naast een goede hengel en daaraan aangepast materiaal is
TECHNIEK alles bij het halen van afstanden. Niet de
lichaamskracht van de visser. Een tengere man van 1.65 m die de
juiste techniek beheerst gooit verder dan breedgeschouderde
sportschooltypes van 1.90 m die de juiste techniek niet
beheersen.
Om afstanden te halen zijn er in feite twee
technieken:
- van de grond
- de pedulum worp
de pendulumworp blijft hier buiten beschouwing. Daar is
een speciale hengel voor nodig. Zelfs met de beste gewone
strandhengel gaat dat niet, die gooi je aan flarden. De
kampioen pendulumwerpen haalde een afstand van 280 meter! Het
is nog gevaarlijk ook: het lood vertrekt bij een pendulumworp
met een snelheid van meer dan 600 kilometer per uur. Dan moet
er echt niemand in de buurt staan.
De ‘van-de-grond-techniek’ is bij uitstek een techniek
die toe te passen is op het strand. Op de strekdammen en op de
dijk bij Petten en op de pieren bij IJmuiden gaat dat niet zo
best, omdat de ondergrond niet deugt. Een vlakke, zanderige
ondergrond is voorwaarde voor succes.
|
Hiernaast is schematisch afgebeeld de
uitgangspositie bij het maken van een verre
‘van-de-grond-worp’.
- de plaats van het lood
- de lengte van de opslag
- de stand van de voeten
- de positie van de hengel
het geheim is: goede werpers gebruiken
bij de worp hun hele lichaam om de hengel de
juiste actie te geven, om de hengel te
‘laden’.
Een klassieke fout is alleen de armen
te gebruiken en beide voeten recht naar de zee
te laten wijzen.
Nb. Een ‘van de grond worp’ kan niet
gemaakt worden als je het water inloopt. Het
lood moet op het zand liggen.
|
Hiernaast volgen de handelingen die nodig zijn om de
‘van-de-grond-worp’ te verrichten. Achtereenvolgens:
- uitgangspositie innemen, hengeltop vlak boven de
grond (10cm)
- gewicht op rechtervoet overbrengen, lichaam licht
achterover (figuur1)
- linker elleboog omhoog, in de richting van de
worp
- snel lichaam draaien en worp inzetten, gewicht
verplaatsen op linker voet (figuur 2)
- trekken en duwen met respectievelijk linker en
rechter arm (figuur 3)
- lood nawijzen (figuur 4)
Het is belangrijk de beweging waarmee de
worp begint snel te maken
Grootste fout: over de kop
ingooien! Er moet een
slingerbeweging ontstaan, door de hengel tijdens de worp meer
zijwaarts dan omhoog te bewegen.
Wie deze techniek onder de knie krijgt, gooit 50 tot 80
meter verder dan hij ooit heeft gepresteerd. Succes!
Overgenomen en vrij vertaald van www.johnholden.co.uk basics
off-ground cast
|