Header Graphic

 

Welkom op  www.zeevissies.nl

 

 

 

Paling (Anguilla anguilla)

Taxonomische indeling:
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Anguilliformes (Palingachtigen)
Familie: Anguillidae (Palingen)
Geslacht: Anguilla (Palingen)

Voedingswaarde per 100 g:
Voedingswaarde per 100 g:
Energie : 1250 kJ / 299 kcal
Eiwitten : 15,0 g
Vetstof : 24,5 g
Verzadigd : 4,7 g
Enkelv. Onv. : 6,3 g
Meerv. Onv. : 5,1 g


De paling of aal is een vis die in de Benelux voorkomt.
Verspreiding en grootte van de glasaal, Anguilla anguilla

De paling is een bijzondere vis. Verwarring met de rivierprik is nauwelijks mogelijk, omdat rivierprikken
zeven duidelijke zichtbare kieuwspleten hebben. Moeilijker is het onderscheid met de kongeraal of zeepaling
Conger conger), omdat de gewone paling ook in de Noordzee voorkomt. Een onderscheid is dat de paling een
onderkaak heeft die langer is dan de bovenkaak (bij de kongeraal steekt de bovenkaak uit) en de rugvin van de kongeraal is langer. De kleur van de paling varieert naar leeftijd en plaats.
Als ze goed gevoed worden, kunnen palingen een lengte bereiken van 1.20 meter met een gewicht van 3 á 4 kilo.
Maar op deze regel bestaat een uit zondering. Paling die in geheel afgesloten water (b.v.meren)
leven kunnen nóg groter en in het algemeen veel zwaarder worden.
Het heeft lang geduurd voordat zijn levenswijze duidelijk was. Volwassen palingen leggen hun eieren in de Saragossazee, alwaar de larven opgroeien. Als deze wat groter zijn, zwemmen ze als glasaal naar Europese wateren (waaronder Nederland) waar ze het grootste deel van hun leven doorbrengen in zoet water. Hier groeien ze uit tot volwassen palingen.
Als de palingen volwassen zijn keren ze terug naar de zee en zwemmen ze terug naar de Saragossazee.
Palingen kunnen dus zowel in zeewater als in zoet water leven. Paling komt voor in de Atlantische Oceaan,
maar evenzeer in de kustgebieden en de rivieren van Europa, de Middellandse zee en Azië.
In Europa worden jaarlijks ongeveer 500 ton glasaaltjes commercieel aangevoerd. Een groot gedeelte wordt aangewend
voor opkweek in het binnenland. Dat is nodig omdat weinig palingen de invasie via de rivieren overleven en het bestand thans is crisis is. Naast overbevissing is er blijkbaar een ernstige daling in de reproductie.


Kenmerken:
Een lang slangachtig lichaam met zeer slijmerige huid; de rugvin begint tamelijk ver naar achteren en vormt een zoom
die tot aan de staart reikt en zich daar met de gelijkvormige anaalvin verenigt; kleine borstvinnen;
buikvinnen ontbreken; de bovenkaak is iets korter dan de onderkaak; de schubben zijn zeer klein en zitten verborgen in de huid; de maximale lengte van mannetjes is ca. 50 cm, wijfjes worden tot 120 cm lang. De kieuwopeningen zijn zeer klein; de kieuwen blijven daardoor nog lang vochtig als de vis zich op het land bevindt.
De kleinste larven worden aangetroffen in de Saragossa Zee bezuiden Bermuda, dus waarschijnlijk het paaigebied.
Daarna volgt de oversteek van de glasaaltjes via de Golfstroom naar onder andere de Europese kusten.
In de rivieren verblijven de aaltjes soms tot 20 jaar. Ze groeien dan door tot 40 –70cm. De grootste paling ooit
gevangen had een lengte van 133 cm en de maximale leeftijd ooit geregistreerd was 84 jaar.


Eigenschappen:
1 eigenschap van de paling is dat hij lange tijd buiten het water kan overleven en dat hij zich al kronkelend op land
kan verplaatsen. Op deze manier kan de paling landbarrières tussen water oversteken.Het is in 2003 in Leiden gelukt om paling in een laboratorium te kweken. Ook is het Japanners gelukt. Dit maakt het misschien mogelijk om paling van begin tot einde commercieel te gaan kweken. Nu wordt voor de commercieel gekweekte paling nog in het wild gevangen glasaal gebruikt.


Karakteristieken:
Palingen zijn zoetwatervissen en bodembewoners die gevonden kunnen worden tussen algen, mosselen en rotsen.
Het zijn nachtdieren die zich gedurende de dag verstoppen in spleten en holen. Paling is eigenlijk een trekvis.
In volwassen stadium, dus tijdens de kweek, leeft hij in zoetwater. Palingen worden levend vers verkocht.
Gerookte paling wordt geheel of in palingfilets verkocht. Soms spreekt men ook van rivierpaling of IJselmeer paling om het onderscheid met zeepaling te benadrukken. Paling is op z`n best als hij een duim dik is.
Hoe dikker paling, hoe hoger zijn vetgehalte.


Voedsel:
De paling die in zoetwater leeft, voedt zich met kleine visjes, insectenlarven, kreeftjes, slakken, mosselen en vooral
veel viskuit (eitjes van vissen). Grote volwassen palingen zijn in staat om grote prooidieren te verslinden.
Ook komt het voor dat palingen soortgenoten oppeuzelen. De paling wordt uitsluitend gevangen met wormen en kleine visjes.
Een paling zoekt zijn eten liefst 's nachts. Dan is hij druk bezig, als een echte roofvis. Alles wat hij kan eten
wordt opgegeten. Een paling heeft een afschuwelijke hekel aan koud water. Zodra het winter wordt, zal hij een
plekje opzoeken in de modder om daar de winter door te brengen. Daarom eet hij in de warme perioden erg veel.
Hij moet een flinke vetvoorraad opbouwen. Daar kan hij op teren als hij in de modder zit en verder niks doet.


Vang methode:
Om een goede vangstkans op paling te hebben, zullen vooral de avonduren het tijdstip zijn waarop het aas te water
moet worden gelaten. Waar overdag geen paling gevangen wordt, kan 's avonds een goede palingstek blijken te zijn.
Zodra het begint te schemeren, kan het ineens raak zijn! Wanneer de lucht de gehele dag donker bewolkt is, en er
daarbij ook een stevige wind staat, is de kans om overdag een paling te vangen reëel aanwezig. Vooral als er onweer dreigt.
Toch is dit niet te vergelijken met de vangsten die we in de avond en de nacht kunnen maken. Palingen hebben de
neiging om zich, tijdens het binnendraaien, ergens omheen te draaien. Wanneer dat gebeurt, is het vrijwel niet meer
mogelijk om deze paling los te krijgen. Daarom is het dus niet mogelijk een paling moe te drillen.
Bij een aanbeet moet direct gestart worden met binnendraaien en dan ook werkelijk blijven binnendraaien.
Dit is de reden dat een stevige hengel en snelle molen nodig zijn. Op paling kan het beste worden gevist met maar 1 haak.
De beste resultaten worden meestal gemaakt met dwarrel/wapperlijn met een behoorlijk lange haaklijn.
Een paling moet namelijk zo weinig mogelijk weerstand voelen bij het pakken van het aas. Als de weerstand te groot is,
is het mogelijk dat de paling het aas weer loslaat. De haak mag niet al te groot zijn. Een nummer 6 of 4 voldoet prima.
Zorg er wel voor dat de haak vlijmscherp is. Gebruik bij voorkeur zwartgekleurde haken. Palingen zijn echt op alles bedacht.
Als ze het aas niet vertrouwen, nemen ze het niet.


Aas:
Het aas moet vers zijn! Aan oud aas vang je absoluut geen paling. Pieren en vooral zagers voldoen prima.
Als je aan zachte krab kunt komen: dit is nummer 1! Maar zager en zeepier zijn een goede tweede.
Een paling zal er echt niet zomaar voorbij zwemmen. Onderzoek naar trek en voortplanting:
Op de universiteit van Leiden is een experimentele opstelling gebouwd om het trekgedrag van paling te kunnen
bestuderen. In een complex van aquaria en tunnels kan men de hele reis van Nederland naar de Saragossazee simuleren.
Men bootst het licht, de luchtdruk, de temperatuur en de waterstroming zo goed mogelijk na.
In december 1997 begonnen 22 volwassen palingen uit de Grevelingen in dit systeem aan hun reis naar de Saragossazee.
De onderzoekers hopen dat dit experiment meer helderheid verschaft over de trek van de paling en het raadsel van de
voortplanting. In januari 2000 is uit het onderzoek in Leiden gebleken dat palingen in elk geval over voldoende
vetreserves beschikken om de lange reis naar de Saragossazee te maken. Dit komt vooral doordat palingen erg
efficiënt kunnen zwemmen en dus weinig vet hoeven te verbranden. De vissen hebben deze reserves nodig omdat tijdens de trek niet gegeten wordt. Uit genetisch onderzoek is gebleken dat er meerdere populaties moeten zijn,
met verschillende paaigronden. IJslandse paling blijkt bijvoorbeeld sterk te verschillen van Marokkaanse paling
en de paling van het Europese vasteland. De onderzoekers willen eind 2000 een aantal palingen van de verschillende
populaties voorzien van zeer lichte zendertjes om ze te kunnen volgen.


Gouden aal:

Soms worden wel heel bijzonder gekleurde palingen aangetroffen. In 2004 werd er uit het Grevelingenmeer door de
gebroeders Bout een knalgele paling met zwarte vlekken gevist. Ze kwamen terecht bij bioloog Dekker van het RIVO in IJmuiden, die zag dat het een 'gouden aal' betrof, een soort albino. Door de afwezigheid van donkere kleuren wordt juist het geel erg zichtbaar (xanthochromatisme).


Uitsterving:
Door overbevissing is de palingstand zeer sterk achteruitgegaan. Jaarlijks zwemt nog maar 1% van de glasalen in
vergelijking met de vijftiger jaren de rivieren op. Daarnaast zijn er nog andere bedreigingen voor uitsterving zoals:


1.de gebouwde hindernissen ('kunstwerken') waardoor de aal niet verder de rivier op kan zwemmen.
2.de vervuiling door stoffen als pcb, die tot de jaren zeventig in het milieu kwamen en de hormoonhuishouding ontregelen.
PCB hoopt zich op in het vet van de dieren en komt vrij als de aal op trek gaat en 6000 kilometer zijn vetreserves aanspreekt.
3.het schoner worden van het water, en daardoor minder algengroei wat weer minder groei van vis geeft als prooi voor de paling.
4.de verandering van het klimaat geeft een verplaatsing van de golfstroom, waardoor de glasaal moeilijker de Europese
binnenwateren bereikt.
5.aalscholvers die de aal wegvangen.
6.parasieten, die steeds meer voorkomen in de zwemblaas van de aal.
7.Met de dikkopelrits is een Amerikaanse visziekte overgekomen naar de Europese vissen. Met name zeelt en paling hebben hiervan sterk te lijden.

    

 

Real Time Web Analytics

Free counter and web stats


logozw

Zoeken op Google !

Aangepast zoeken

logozw