Header Graphic

 

Welkom op  www.zeevissies.nl

 

 

 

De kabeljauw (Gadus morhua)

Maximale lengte: Ca. 150 centimeter
Maximale leeftijd: Ca. 20 jaar


Verblijfplaats:
De grootste vangplaatsen zijn Newfoundlandbank, de Lofoten en de Doggersbank.


Paaitijd:
Januari tot/met April op verschillende dieptes. Voedsel:
De kabeljauw eet nagenoeg alles , krabben, zeepieren, zagers, vis, schelpdieren, garnalen, kleine ongewervelde ze worden niet voor niets de stofzuiger van de zee genoemd.


Leefomgeving:
Diepte vanaf 4 meter tot 500 meter. Ze houden zich voornamelijk op nabij obstakels zoals wrakken, steenstortingen e.d.
Uiterlijke kenmerken:
De naamgever van de kabeljauwfamilie heeft een kindraad en een gigantische bek waarvan de bovenkaak langer is dan de onderkaak.


Vangstperiode:
Vanaf de kant vooral in de wintermaanden, maar vanaf de boot het hele jaar door, met hoogtepunten van november tot en met mei. Op de wrakken zelfs ook in de zomermaanden.



De kabeljauw is een vissoort die voorkomt in de Atlantische oceaan. Hij heeft een lengte tot 150 cm en meet gemiddeld 80 à 90 cm. De kabeljauw heeft een olijfgroene en bruingevlekte rug, een witte buik en een lange kindraad.
 

Gul of Kabeljauw:
De gul of kabeljauw is een echte wintervis. Als het zeewater ongeveer 6 tot 9 graden Celsius is , zijn de vangsten vaak het beste. Vanaf ongeveer midden november valt deze vis vanaf de kant bij ons te vangen. Omstreeks januari zijn ze vaak ineens weer vertrokken , omdat dan meest de watertemperatuur daalt onder de 6 graden , om dan eind februari of begin maart weer te verschijnen als de watertemperatuur weer oploopt. Open winters met af en toe vorst zijn voor de vangst aan de kust het beste en na een flinke najaarsstorm uit het westen tot noordwesten zijn 's avonds en 's nachts de kansen op gul het beste. De laatste gul vangsten komen dan meestal zo eind april tot begin mei. Als je erg veel geluk hebt kan je soms ook zomers bij toeval nog wel een torretje vangen.

De vissoort leeft op diepten van 20 tot 400 meter. De kabeljauw houdt niet van zachte slikgrond. Zand, stenen, en klei hebben de voorkeur. Bovendien houdt hij van een sterke getijdenstroming. De periode dat je gul vanaf de kust kunt vangen loopt van oktober tot half januari en van maart tot april. Als het zeewater tot onder de 4 graden daalt, trekken ze naar dieper water, vooral buiten de 9-mijls zone rond de wrakken en obstakels op de bodem om te paaien. In maart komen ze ze zich aan de kust nog eens goed volvreten om vervolgens weer naar open zee te koersen om daar de zomer door te brengen.
Het vlees van de kabeljauw is fijn van smaak en heeft een losse structuur.

Karakteristieken:
Kabeljauw komt voor in de Noordzee en in noordelijke Atlantische Oceaan, van de Golf van Biscaye tot Groenland, Spitsbergen en Nova Zembla. De kabeljauw kan een maximale lengte bereiken van maar liefst 1,9 meter. Maar meestal zijn het de exemplaren van 30 tot 45 centimeter die in de vangsten terechtkomen. De kabeljauw leeft in scholen, meestal nabij de bodem. Het is een trekkende vis die grote afstanden kan afleggen. De kabeljauw die in de Noordzee voorkomt paait in de eerste twee maanden van het jaar. Overigens is het dier in december al druk bezig met het vormen van kuit. Voorheen was kabeljauw rond z'n zevenjarige leeftijd pas geslachtsrijp, maar door de enorme visserijdruk kan kabeljauw het laatste decennium reeds op vierjarige leeftijd al deelnemen aan het paaiproces.
Sommige exemplaren zijn zelfs nog jonger.

Benaming:
Gul is de naam voor kabeljauw onder de 60 centimeter
Boven de 60 centimeter noemen we ze kabeljauw. Of ook wel 'wrakbiggen'
Zijn ze kleiner dan 30 centimeter, dan worden ze torretjes genoemd.

De naam gul is geen officiële naam voor een vis, maar een woord in de spreektaal voor kabeljauw tot ongeveer 10 pond.
Het is waarschijnlijk de belangrijkste zeesportvis van Nederland en zeker ook één van de meest belangrijkste pijlers van de commerciële zeevisserij. Gulvissen in Nederland kun je op twee manieren doen. Vanaf de kant en vanuit een boot.
Wil je vissen op gul vanaf de kant, dan ben je aangewezen op de wintermaanden. Vanaf de kant ( strand) en vanaf de pieren en strekdammen kun je je geluk gaan beproeven. Ook hier geldt hetzelfde als voor de tong, je maakt de meeste kans in de nachtelijke uren. Natuurlijk kun je van de kant overdag een gulletje vangen maar , de nachtelijke vangsten zijn vaak veel beter. De gul komt 's nachts ook meestal dichter bij de kant, zodat minder ver hoeft te worden geworpen.

 

 

Onderlijnen:
Voor het gericht vissen op gul vind ik persoonlijk de dwarrel onderlijn of de jojo onderlijn het beste.
Het aas blijft constant in de stroom dwarrelen en als er werkelijk gul in de buurt is dan geeft deze lijn meer resultaat dan kleine onderlijntjes aan afhoudertjes.

 

Haken:
In de muil van een knappe gul kan zonder enig probleem een mannenhand verdwijnen. Pak dus een wat grotere haak voor het echte werk , dat voorkomt tevens dat je allemaal ondermaatse torretjes vangt . Neem een haak van redelijke afmeting met een ruime bocht, en het liefst met weerhaken op de steel die het aas beletten om terug te zakken.
De firma Mustad heeft al vele jaren de bekende baitholders, met de bekende scheve bek en de naar binnen gebogen punt.

Aas:
Er is weinig wat een gul niet op zijn menukaart heeft staan. De zeepier en zagers zijn uiteraard goed aas , maar de Frans tap is nog steeds nummer 1. Mesheften en garnaaltjes doen het ook goed. Goed alternatief , stukjes vis (makreel) ook andere schelpdieren , pijlinktvis en zachte krab kunnen als goed aas dienen. Een aascocktail van verschillende soorten aas werkt ook perfect. Wees vooral niet te zuinig met aas , maar doe voldoende pieren op de aaslijn. Zo'n aascocktail is voor een gul veel aantrekkelijker dan enkel zeepieren of zager.
Bij gul is dit erg belangrijk, want deze vis houdt van groot aas: vier of vijf pieren op een haak is beslist niet overdreven.
Zo'n grote hoeveelheid aas vraagt natuurlijk om een passende haak. Gebruik een nummer 2/0 of 3/0.
Vis altijd met een enkele haak. Als je er twee van rond de 60 cm. aan hebt hangen dan ben je wel even bezig en de kans dat je dan wat verspeeld is dan heel groot. Het binnen draaien gaat dan een stuk zwaarder en langzamer zodat de vis(sen) de tijd hebben om tussen de blokken te duiken.

Voor de gul heeft men beslist een goede strandhengel nodig , waar je een aardig werpgewicht mee weg kan zetten.
Bij een grote vis moet voldoende weerstand geboden kunnen worden. Bij zware wind is toch al gauw 125 tot 150 gram loodgewicht nodig. De gul moet meestal toch wel een eindje uit de kant worden gezocht. Met de hengel moet dus goed geworpen kunnen worden. Een worp van 70 tot 80 meter of soms nog verder is soms beslist noodzakelijk om een goede kans te maken een gul van een behoorlijk formaat te vangen.

 

     

 

Real Time Web Analytics

Free counter and web stats


logozw

Zoeken op Google !

Aangepast zoeken

logozw