Haring (Clupea
harengus)
Wetenschappelijke
Indeling:
Rijk: Animalia
Klasse: Beenvissen Osteichthyes
Orde: Clupeiformes
Familie: Haringachtigen Clupeidae
Onderfamilie: Clupeinae
Geslacht: Clupea
Voedingswaarde per 100 g:
Energie : 979 kJ / 234 kcal
Eiwitten : 18,0 g
Vetstof : 18,0 g
Verzadigd : 5,0 g
Enkelv. Verz. : 3,4 g
Meerv. Onver. : 6,0 g
Andere namen: Atlantische haring
Wetensch. naam: Clupea harengus
Engelse naam: herring
Verspreiding: Noordzee, Oostzee, Atlantische Oceaan
Voedsel: plankton
Lengte: tot 40 cm
Gewicht: tot 700 gram
Haringen zijn vissen van het noordelijk
halfrond. Er zijn twee soorten, de Pacifische haring (C.
pallassii)
en de Atlantische haring (C. harengus), met vele ondersoorten.
Haringen komen voor op het noordelijk halfrond,
en worden ca. 45 cm lang. De larven leven van plankton, de
volwassen dieren van groter plankton
(o.m.roeipootkreeftjes),
garnalen en kleinere vissen. Haringen komen voor in grote
scholen. Aan dit laatste danken zij ook hun naam; haring werd
in oud-nederlands als "heering" geschreven. Het woord is
afgeleid van "heer" in de betekenis van legerschare.
Het is dus een vis die in grote scholen als een "heer" door het
water trekt. Haringen behoorden eeuwenlang tot
de belangrijkste vissen in de visserij. Door overbevissing werd
op diverse plaatsen het haringbestand sterk verminderd,
waardoor de regering zich genoodzaakt voelde om een 6-jarig
vangstverbod (1977-1983) in te stellen. Door strenge Europese
vangstbeperkingen, die nu nog steeds gelden, heeft de haring
zich kunnen herstellen en gaat het anno 2006 weer goed met de
haring. Meer algemeen wordt ook de familie Clupeidae, waartoe
naast de eigenlijke haringen ook onder meer de elften, sardines
en sprotten behoren, wel als 'haringen'aangeduid. Haring is een
vette vis die rijk is aan omega-3-vetzuren.
In haring komt soms de haringworm, een parasiet,
voor.
Consumptie:
Haring wordt gegeten als: Hollandse nieuwe , zure haring
,rolmops , panharing en bokking.
De haring is een massadier. De haring is een middelgrote vis.
Hij leeft in de bovenste lagen van de zee en eet visbroed,
kreeftjes en ander plankton. Die zeeft hij met zijn kieuwen uit
het water. Zijn voedsel komt plaatselijk in grote
hoeveelheden voor. De haring vormt zelf een belangrijke
voedselbron voor andere vissen, dolfijnen en zeevogels.
De haring zwemt in dichte scholen. Zo'n school heeft een
verwarrend effect op achtervolgers. Daardoor is het
risico voor ieder dier afzonderlijk veel kleiner.
Deze zilverkleurige zeevis heeft een diepgevorkte staartvin. De
rugvin staat halverwege het lichaam. Ze zwemmen overdag op
grotere diepte en komen 's nachts aan het oppervlak. De eitjes
komen op de zeebodem uit. De jonge haringen lijken eerst nog op
de larven van de paling. Na een tijdje zwemmen ze naar het
oppervlak om voedsel te zoeken.
Maar een klein deel van de jongen wordt volwassen. De soorten
van deze in vrijwel alle zeeën voorkomende
familie van de Clupeidae zijn economisch zeer belangrijk. Ze
hebben vaak aan het voorste gedeelte van de
buikrand stevige, scherpe schubben, die een kiel vormen. De
vaak grote schubben kunnen gemakkelijk los raken,
hetgeen de vissen kwetsbaar maakt voor infecties. Van de
ongeveer 180 soorten van deze familie komen er vijf
langs onze kust voor. Ze zwemmen rond met open bek en zeven
plankton uit het zeewater met de aan hun kieuwbogen
bevestigde aanhangsels.
In Scandinavische landen wordt haring
ingelegd in diverse kruiden, zoals met dille, in wijn of in een
romige saus.
Vlaggetjesdag was van oorsprong de dag dat de haringvissers
uitvoeren om haring te gaan vissen. Tegenwoordig is niet het
uitvaren van de haringvloot, maar de komst van de Nieuwe Haring
de reden om de schepen op te sieren.
Het eerste tonnetje haring wordt de donderdag voor
Vlaggetjesdag Scheveningen bij opbod verkocht en de
opbrengst
gaat naar een goed doel. In Scheveningen en Vlaardingen is
vlaggetjesdag van oudsher een traditie.
Aanvankelijk viel de Scheveningse vlaggetjesdag op de zaterdag
voor Pinksteren, de laatste jaren valt het echter op de laatste
zaterdag van mei of op een van de eerste twee zaterdagen van
juni.
De exacte datum wordt bepaald door onderling overleg van
belanghebbenden.
Haringstalletje met de bekende Haring
varianten.
Hollandse nieuwe is de eerste haring van het seizoen die
geschikt is voor consumptie. Wil haring zo worden genoemd
dan moet het voldoen aan bepaalde eisen: het vetpercentage moet
ten minste 16% (wettelijke eis),
maar niet meer dan 25 à 26% zijn (culinaire eis); de haring
moet tussen half mei en eind juni worden gevangen,
daarvoor is hij te mager, daarna te vet; hij moet gekaakt zijn;
hij moet gezouten en gerijpt zijn: het zouten is van
belang van voor het conserveren; tijdens het zouten wint de
haring aan smaak, mede doordat de alvleesklier niet verwijderd
is; om mogelijke parasieten (de haringworm) te doden moet de
haring tenminste twee dagen bevroren zijn geweest; hij moet op
je juiste manier gefileerd zijn: de graat moet zijn verwijderd
op de staart na.
De temperatuur bij verkoop mag maximaal 7 oC
bedragen. Hollandse nieuwe wordt ook wel maatjesharing
genoemd,
een verbastering van maagdenharing (maagd), omdat de jonge vis
nog geen hom of kuit bevat). De echte liefhebber eet
zijn haring zonder uitjes, al verschillen daarover de meningen.
De ui was van oorsprong bedoeld om de tanige smaak,
die ontstaat bij het gebruik van extra veel zout, te
camoufleren. Tegenwoordig gebruikt men minder zout, omdat
het
vriezen voldoende bescherming geeft.
Groene haring is haring die alleen aan boord van het schip
gezouten is geweest. De smaak is dan goed, maar de kans
op besmetting met parasieten is groot. De consumptie hiervan is
daarom wettelijk niet toegestaan.
Haring die later wordt gevangen is nog steeds geschikt voor
consumptie, maar mag geen Hollande nieuwe heten.
Dit is de "gewone" zoute haring. Deze haring wordt ook gebruikt
voor het maken van zure haring en rolmopsen.
Beschrijving:
Rugvin met 17 tot 21 vinstralen, anaalvin met 14 tot 20; 51 tot
60 schubben van kop tot staartvin.
Rug donkerblauw, flanken zilverkleurig.
Haringen kwamen in verschillende populaties in de Noordzee
voor, die of in het voorjaar of in het najaar paaiden.
De Doggerbank-haring is door visserijdruk verdwenen en
vervangen door een westelijke haringpopulatie.
Er zijn onder andere ook Ijslandse en Noorse populaties die
weer andere paaigebieden hebben.
Elk jaar wordt door de Europese landen vastgesteld hoeveel
haring er door elk lang mag gevangen worden
(vangstquota) om overbevissing te voorkomen.
Haringen paaien op grindbedden en op bodems met wier, waar
stroming voorkomt. Toenemende grindwinning en overbevissing
bedreigen de haringbestanden in de Noordzee.
Haring behoort tot de familie van haringachtigen. Soorten als
ansjovis en sardines horen hier ook bij.
Een smakelijke familie kun je wel zeggen.
Een haring kan zo'n 40 cm lang en wel 20 jaar oud worden.
Overdag zwemmen ze in grote scholen net boven de zeebodem of in
diep water. 'S avonds vertrekken ze richting het
wateroppervlakte. De vissen blijven hier niet
langer bij elkaar, maar verspreiden zich.
Communicatie:
Het lijkt erop dat haringen met elkaar communiceren. Ze doen
dit door 'scheten' te laten. Met name in het donker
wanneer ze elkaar niet kunnen zien is dit knetterende geluid te
horen. Er is nog veel onduidelijk over het
hoe en waarom van deze winderigheid.
Voedsel:
Haringen leven van planktondiertjes en vislarven die ze uit het
water zeven.Op de kieuwbogen zitten speciale
aanhangsels die de hoeveelheid diertjes die ze via hun kieuwen
uit het water kunnen filteren verhogen.
Grote haringen eten ook wel kreeftjes en visjes.
Zelf worden haringen gegeten door allerlei vogels, vissen,
zeezoogdieren en natuurlijk door ons.
Voortplanting:
In de Noordzee leven drie populaties van haringen die op
verschillende momenten paaien.
Buiten het paaiseizoen leven ze door elkaar, maar tijdens deze
periode verzamelt elke populatie zich op zijn eigen
paaigronden. De Buchan-Shetland haringen paaien in augustus en
september voor de Schotse en Shetlandse kusten.
De Doggersbank haringen doen dit in het centrale deel van de
Noordzee van augustus tot oktober.
De Southern Bight of Downs haringen paaien tenslotte in het
Engelse kanaal van november tot januari.
Op de paaigronden schieten de vrouwtjes van de hele school
tegelijk kuit en worden de eitjes bevrucht door de
mannetjes.
De met slijm bedekte eitjes zinken vervolgens naar de bodem en
hechten zich vast. Afhankelijk van de temperatuur,
komen de larven, 0,5 cm groot, na 8 tot 40 dagen uit de eitjes.
De larven laten zich met de zeestromingen meevoeren naar hun
'kinderkamer'. Gebieden in de Noordzee, voornamelijk aan de
oostkusten van de Noordzee en in het Skagerrak-Kattegat-gebied,
waar het niet te koud is en waar voldoende te eten is.
Jonge haringen (ook wel bliek genoemd) blijven de eerste 2 jaar
in ondiep water. Daarna zwemmen ze naar diepere
gedeelten van de zee. Vanaf hun 3de-5de jaar zijn haringen
volwassen en paaien ze elk jaar.
De meeste haringen worden niet ouder dan een jaar of 8, dus
veel tijd om voor nageslacht te zorgen hebben ze niet.
Visserij:
Haring is een belangrijke soort voor de visserij. Voor de
Nederlandse vloot begint het haringseizoen eind mei, en
loopt door tot in maart. Deze vloot vist vooral op de haring in
de westelijke Noordzee en rond de Schotse eilanden.
Het merendeel van de gevangen haring wordt verder bewerkt tot
zure of ingeblikte producten. Slechts éénvijfde tot
éénderde van de totale haringvangst kan worden verwerkt tot
gezouten 'maatjes'-haring.
Maatjesharing is een haring die nog geen hom of kuit heeft
gevormd.
Met de hengel zijn ze te vangen aan de speciale haringtuigjes ,
een soort makreel paternoster maar dan met
kleinere witte veertjes met rood omwikkeld garen op haken
gemonteerd.
De Brouwersdam in zeeland is een zeer geliefde stek voor zowel
de haring als de visser.
|